Surah ke-2 · 286 ayat

AL BAQARAH (SAPI BETINA) — Ayat 79

79

فَوَيْلٌ لِّلَّذِينَ يَكْتُبُونَ الْكِتَابَ بِأَيْدِيهِمْ ثُمَّ يَقُولُونَ هَـذَا مِنْ عِندِ اللّهِ لِيَشْتَرُواْ بِهِ ثَمَناً قَلِيلاً فَوَيْلٌ لَّهُم مِّمَّا كَتَبَتْ أَيْدِيهِمْ وَوَيْلٌ لَّهُمْ مِّمَّا يَكْسِبُونَ

Wee hun, welke de schrift met hun eigene handen schrijven, en uit nietige winzucht zeggen: "Dit is van God. Wee hun om hunner handen schrift, wee hun om hunne winzicht.

Tafsir Ibnu Katsir

Tafsir

{Wee} zware straf {aan hen die de Schrift met eigen handen schrijven}, dat wil zeggen, door hen verzonnen {en dan zeggen: "Dit komt van God", om er een kleine prijs mee te kopen} van deze wereld. Het zijn de Joden die de beschrijving van de Profeet in de Torah en het vers over steniging en andere dingen veranderden en ze schreven in strijd met wat geopenbaard was. {Wee hun dus voor wat hun handen geschreven hebben} van het verzonnen {en wee hun voor wat zij verdienen} aan steekpenningen, het meervoud van steekpenningen.