Deze onze medeburgers hebben andere goden buiten hem gekozen, hoewel zij geen duidelijk bewijs voor hen aanvoeren; en wie is onrechtvaardiger dan hij, die eene leugen tegen God uitdenkt.
Tafseer
{ هؤلاء } مبتدأ { قومنا } عطف بيان { اتخذوا من دونه آلهة لولا } هلا { يأتون عليهم } على عبادتهم { بسلطان بين } بحجة ظاهرة { فمن أظلم } أي لا أحد أظلم { ممن افترى على الله كذبا } بنسبة الشريك إليه تعالى قال بعض الفتية لبعض :
{Deze} is het onderwerp. {Ons volk} is een appositie. {Zij hebben naast Hem ook andere goden aanbeden. Waarom brengen zij geen duidelijk bewijs naar voren betreffende hun aanbidding?} met een duidelijke argumentatie. {Wie is dan onrechtvaardiger?} dat wil zeggen: niemand is onrechtvaardiger dan iemand die een leugen over God verzint door Hem, de Verhevene, partners toe te schrijven. Sommige jongemannen zeiden tegen elkaar: