Den menschen werd prikkel en begeerte tot vrouwen, kinderen, goud en zilver, edele paarden, kudden en akkers ingeplant; dit zijn allen slechts de genietingen van dit leven, doch de schoonste terugkeer is die tot God.
Tafseer
{ زُيَّن للناس حبُّ الشهوات } ما تشتهيه النفس وتدعوا إليه زينها الله ابتلاءً أو الشيطانُ { من النساء والبنين والقناطير } الأموال الكثيرة { المقنطرة } المجمعة { من الذهب والفضة والخيل المسومة } الحسان { والأنعام } أي الإبل والبقر والغنم { والحرث } الزرع { ذلك } المذكور { متاع الحياة الدنيا } يتمتع به فيها ثم يفنى { والله عنده حسن المآب } المرجع وهو الجنة فينبغي الرغبة فيه دون غيره .
{De liefde voor verlangens is aantrekkelijk gemaakt voor de mensen} wat de ziel begeert en waar God om vraagt, heeft God aantrekkelijk gemaakt als een beproeving voor Satan {van vrouwen en kinderen en opgestapelde schatten} overvloedige rijkdom {van goud en zilver en mooie paarden} mooie {en vee} dat wil zeggen kamelen, runderen en schapen {en gewassen} gewassen {Dat} genoemde {is het genot van het wereldse leven} dat daarin genoten wordt en vervolgens vergaat {Maar bij God is de beste beloning} de bestemming, die het Paradijs is, daarom moet men het boven alles begeren.