Hij heeft ons, door zijne goedheid, rust doen genieten in eene woning van eeuwigen duur, waarin kwijning noch eenige vermoeienis ons zal bereiken.
Tafseer
{ الذي أحلّنا دار المقامة } الإقامة { من فضله لا يمسنا فيها نصب } تعب { ولا يمسنا فيها لغوب } إعياء من التعب لعدم التكليف فيها، وذكر الثاني التابع للأول للتصريح بنفيه .
Hij die ons in de permanente woonplaats heeft gevestigd, verblijfplaats, uit Zijn goedheid, waardoor we daarin geen vermoeidheid ervaren. Vermoeidheid treft ons daarin niet, noch enige vermoeidheid treft ons daarin. Uitputting door vermoeidheid als gevolg van het ontbreken van verplichtingen daarin. Het tweede, dat op het eerste volgt, wordt expliciet genoemd om het te ontkennen.