Geloofd zij God, aan wien alles behoort, wat in de hemelen en op aarde is, en geloofd zij hij in de volgende wereld; want hij is wijs en alwetend.
Tafseer
{الحمد لله} حمد تعالى نفسه بذلك، والمراد به الثناء بمضمونه من ثبوت الحمد وهو الوصف بالجميل لله تعالى {الذي له ما في السماوات وما في الأرض} ملكا وخلقا {وله الحمد في الآخرة} كالدنيا يحمده أولياؤه إذا دخلوا الجنة {وهو الحكيم} في فعله {الخبير} في خلقه.
{Alle lof zij God} God de Almachtige prijst Zichzelf daarmee, en wat daarmee bedoeld wordt is lofprijzing in de zin van de gevestigde lofprijzing, namelijk het beschrijven van God de Almachtige met schoonheid {Aan Hem behoort alles wat in de hemel en op aarde is} in bezit en schepping {En aan Hem behoort de lof in het Hiernamaals}, zoals in deze wereld, zullen Zijn vrienden Hem prijzen wanneer zij het Paradijs binnengaan {En Hij is de Wijze} in Zijn daden {De Alwetende} in Zijn schepping.