Surah ke-38 · 88 ayat

SHAAD — Ayat 52

52

وَعِندَهُمْ قَاصِرَاتُ الطَّرْفِ أَتْرَابٌ

En nabij hen zullen de maagden van het paradijs zitten, hare blikken van ieder afwendende; behalve van hare bruidegommen, van gelijken ouderdom als zij.

Tafsir Ibnu Katsir